De recente pesterijen begonnen in de aanloop naar de Wereldtop over de informatiemaatschappij in november 2005. Gedurende de hele top werd ze onder politietoezicht geplaatst, haar telefoon- en internetlijn werden afgesloten. Daags voor de top werd ze voor het oog van de tv-camera’s gemolesteerd door de politie toen ze probeerde deel te nemen aan een voorbereidende vergadering. Ten gevolge van dat geweld leed ze onder pijn in de hartstreek.
In maart van dit jaar kreeg haar echtgenoot, voormalig parlementslid Mohammed Teleb Jallali, die bekend staat voor zijn stellingnamen tegen onrechtvaardige wetten, van een onbekende afzender een videocassette waarin hij getoond werd in een pornografische mise-en-scène. Het is niet de eerste keer dat de speciale diensten van het ministerie van Binnenlandse Zaken gebruik maken van dit soort lage tactieken tegen opponenten en mensenrechtenverdedigers.
In november 2003 werd Naziha Rjiba al eens veroordeeld tot acht maanden voorwaardelijk en 1 200 dinar boete (ongeveer 700 euro) voor een vermeende inbreuk op de wet op het bezit van buitenlandse deviezen. De veroordeling kwam er nadat Naziha de alomtegenwoordige aanwezigheid van portretten van president Ben Ali in alle openbare plaatsen bekritiseerd had. Dit is dus blijkbaar de manier waarop de Tunesische regering omgaat met kritiek: geen openlijke straffen voor ‘lastige’ opposanten, wel pesterijen en verdachtmakingen om de goede naam van de betrokkenen te besmeuren. Het is uiteraard veel moeilijker om deze dingen aan te klagen, de Tunesische regering kan aantijgingen weerleggen met het argument dat de slachtoffers geen politieke misdrijven plegen maar misdaden van gemeen recht, of dat ze onbetrouwbare personen zijn. Daarom is het ook zo moeilijk om officiële brieven naar ambassade en regering te sturen.
In een brief aan het ministerie van Onderwijs in 2003 klaagde ze de aftakeling van het onderwijssysteem in het afgelopen decennium aan en het feit dat de regeringspartij het onderwijs gebruikt als een propaganda-instrument. Zelf is ze gedurende dertig jaar lerares geweest en ze raakte bekend met haar campagnes om kennis van de mensenrechten in de schoolprogramma’s op te nemen, maar ze nam uiteindelijk ontslag uit het onderwijs.
Het internettijdschrift Kalima was oorspronkelijk bedoeld als een onafhankelijke krant met verspreiding in heel Tunesië. Maar de verantwoordelijken kregen van de regering nooit toelating voor de publicatie en besloten vervolgens om Kalima tot een internetmagazine om te vormen. Het eerste nummer verscheen in oktober 2000. De site wordt geblokkeerd door de Tunesische overheid en is alleen maar bereikbaar in het buitenland.
In november 2005 kreeg Naziha Rjiba de Novib/PEN 2005 prijs, samen met haar vrouwelijke collega Sihem Bensedrine, die de Franstalige editie van Kalima leidt. Tijdens het recente internationale PEN-congres in mei in Berlijn was ze eregenodigde en kreeg ze de prijs symbolisch overhandigd.
Ze is vastbesloten om in haar land een PEN-centrum op te richten. We kunnen haar daarin alleen maar aanmoedigen..

