Nâzim Hikmet (1902-1963) was een Turkse dichter, toneelschrijver en romanschrijver. Hij wordt wereldwijd erkend als een van de belangrijkste dichters uit de twintigste eeuw en in eigen land als de belangrijkste hedendaagse Turkse dichter. Zijn belangrijkste en grootste werk is Mensenlandschappen. In dit epische gedicht, dat hij in gevangenschap begon te schrijven, geeft hij een stem aan boeren, dagloners, arbeiders, soldaten en medegevangenen. Het is pas na zijn dood, in 1967, voor het eerst verschenen.
De eerste helft van de twintigste eeuw verliep heel woelig in wat we nu Turkije noemen. Na de Eerste Wereldoorlog, waarin het Ottomaanse Rijk aan de kant van Duitsland vocht, komen de militairen in opstand onder leiding van generaal Mustafa Kemal. Hikmet sluit zich in 1921 bij deze beweging aan die de Ottomaanse sultan wil omverwerpen en een jaar later is het zover. Kemal komt aan de macht in een seculier Turkije en wordt tijdens 16 jaar leiderschap een mythische leider die de bijnaam Atatürk (of ‘(voor)vader van Turkije’) krijgt. Hij leidt een rechts, autoritair beleid en is (nog steeds) erg geliefd bij het grote volk (zijn portret hangt nu nog altijd in veel openbare plaatsen en staat op de lira, de Turkse munteenheid). Hij zorgt er ook voor dat het land er als een westerse democratie uitziet, met verkiezingen en met een scheiding tussen de islamreligie en staat. Maar de militairen waken ook over die democratie en doen dat door op een gewapende manier minderheden (zoals de Koerden en de Armeniërs) te onderdrukken. Ook worden door terreurdaden al te kritische stemmen geliquideerd.
Mustafa Kemal geeft Hikmet in 1921 de raad om “gedichten met een bedoeling” te schrijven. Hikmet doet dat en heeft vooral aandacht voor de kleine, gewone man en vrouw. Na een bezoek aan de Sovjetunie ontwikkelt hij extreem-linkse, communistische ideeën. Van dan af botst hij regelmatig met de officiële gezagsdragers, zowel onder Atatürk als onder zijn opvolgers. In 1925 belandt hij een eerste keer in de gevangenis. Na zijn opzienbarende poëziedebuut in 1929 wordt hij een belangrijke stem, met naast poëzie ook scherpe columns en toneelstukken met dubbele bodems. In de eerste helft van de jaren ‘30 belandt hij anderhalf jaar in de gevangenis en van 1938 tot 1950 zit hij bijna onafgebroken vast. Ook daarna wordt hij tegengewerkt.
Van 1936 tot zijn dood in 1963 publiceert hij officieel niets meer en na zijn vlucht naar de Sovjetunie in 1951 wordt hem het Turks staatsburgerschap ontnomen. Zijn magnum opus Mensenlandschappen verschijnt postuum in Bulgarije. Pas in de jaren tachtig mag zijn werk weer officieel in Turkije verschijnen en pas op 5 januari 2009 wordt het besluit uit 1951 opgeheven zodat hij officieel als Turks staatsburger kan worden herdacht.

