Verslag van een klasbezoek

Gekooid in de Vlaamse scholen

(PEN-Tijdingen 1, Jg. 2010)

“In 2009 zijn wereldwijd 76 journalisten omgekomen in het kader van de uitoefening van de persvrijheid. Dat is 26 procent meer dan vorig jaar.” (De Morgen, 31 december 2009)

 

“Zijn dat nu die gevangenen?” klonk het uit de mond van een iets minder aandachtige leerling van het Sint-Ritacollege, waar Wim Geysen en ik twee Gekooid-sessies hielden. Om maar te zeggen dat de sfeer er meteen goed inzat. Na een bezoek aan Campus De Reynaert in Tielt en het Sint-Ritacollege in Kontich maken we een eerste, enthousiaste balans op van Gekooid.

 

Een didactisch project

Het uitgangspunt van Gekooid, het didactische project dat door WIPC-leden Wim Geysen, Karel Sergen en Sven Peeters werd uitgetekend, is de gelijknamige website. Daarop worden twaalf auteurs voorgesteld, van vroeger (Achmatova) en nu (Zargana), die in hun respectieve landen moeten vechten voor de vrijheid van meningsuiting. In het beste geval levert hen dat pesterijen of een gevangenisstraf (Breytenbach, Mapanje) op, in het slechtste geval betalen ze die strijd met de dood (Levi, Saro-Wiwa). De leerlingen werd gevraagd om op voorhand deze twaalf auteurs aandachtig te bestuderen. Van elke auteur is op Gekooid ook een tekst te horen, voorgelezen door een auteur van PEN Vlaanderen.

 

Voor veel jongeren is dit een ver-van-mijn-bed-onderwerp en doen de meeste auteursnamen amper een belletje rinkelen. De uitdaging bestond er dan ook in om de problematiek van censuur, vrijheid van meningsuiting en persvrijheid concreter te maken en erop te wijzen dat we er elke dag mee te maken hebben (bijvoorbeeld op het internet), vaak ver van huis, maar ook dichterbij (het media-imperium van de Italiaanse premier Berlusconi), zelfs in eigen land (de selectieve ontslagen bij het dagblad De Morgen). Die aanpak leverde alvast enkele boeiende klasdiscussies op over uiteenlopende thema’s als Facebook, het schoolreglement, de Pfaffs en Linda De Win.

 

Om de interactie met de leerlingen te verzekeren, werd een rollenspel ontwikkeld dat zich situeert in de fictieve dictatuur Topadië, waar generaal Sorg de plak zwaait. De leerlingen spelen in duo’s respectievelijk de rol van een vertegenwoordiger van het regime (hoofdredacteur van het Topadische propagandatijdschrift, hoofd van de geheime dienst, …) en een criticus ervan (een dissident blogger, de voorzitter van PEN-Topadië, …). Daarbij discussiëren de leerlingen vanuit hun rol over thema’s die o.a. in de klasgesprekken aan bod komen (censuur, de moord op een journalist, boekverbranding, de Nobelprijs voor een dissident, …). Aan interactie was er echter vooralsnog geen gebrek, waardoor het rollenspel nog niet aan bod is gekomen.

 

Het is al gezegd dat voor veel leerlingen censuur en beperking van vrijheid van meningsuiting een abstracte problematiek blijven, maar aan voorbeelden uit de actualiteit is er tegenwoordig allesbehalve gebrek. Hieronder volgt een bloemlezing van wat in de afgelopen Gekooid-sessies aan bod kwam.

 

Wereldwijd: internetcensuur

Het wereldwijde web is tegen het licht van de geschiedenis een zeer recent verschijnsel en uit allerlei actuele discussies blijkt dat we amper kunnen begrijpen welke impact het internet heeft (kan en zal hebben) op ons dagelijkse leven. Daarom is het ook zo interessant om de zaak-Google in China te volgen. Staat het Westen een quasi grenzeloos gebruik van het internet voor, dan blokkeren de Chinese autoriteiten maar al te graag bepaalde, politiek gevoelige informatie (bijvoorbeeld over de gebeurtenissen op het Plein van de Hemelse Vrede in 1989). Of hoe de staat (in casu een grootmacht-in-wording) bepaalt welke informatie wel en niet kan gevonden worden op het internet.

 

Dat het internet staatsgevaarlijk en dus het voorwerp van censuur kan zijn, hebben de Iraanse straatprotesten van de afgelopen maanden laten zien. Zelfs toen de autoriteiten de landsgrenzen sloten voor de internationale pers, sijpelden blogberichten en beeldmateriaal door dankzij het gebruik van o.a. Facebook en YouTube. Geregeld worden zulke sites dan ook geblokkeerd door de machthebbers. In Moldavië konden jongeren zich in april 2009 bliksemsnel organiseren in een protest tegen frauduleuze verkiezingen dankzij het gebruik van Twitter. De eerste ‘Twitter-revolutie’ was geboren. Was in de vorige twee gevallen het internet een democratisch wapen, in Georgië keerde het internet zich tegen de bevolking, toen (volgens geruchten) Rusland voorafgaand aan hun militaire inval in de zomer van 2008 een cyberaanval uitvoerde waarbij alle essentiële computersystemen van de Georgische staat werden beschadigd. In 2007 was Estland het slachtoffer van een reeks welgemikte cyberaanvallen. Een en ander noopte de VN onlangs tot een voorstel om een niet-aanvalspact tegen cyberoorlogen op te stellen (De Morgen, 1 februari 2010).

 

Europa: moord en mediacontrole

Er zijn een aantal recente gevallen die aantonen dat de vrijheid van meningsuiting ook in het eigen Europese huis wordt bedreigd. Hierbij drie voorbeelden. Het meest dramatische geval was de moord op de kritische Turks-Armeense journalist Hrant Dink op 19 januari 2007. Daarover is in het verleden op de WIPC-blog uitvoerig bericht.

 

De Servische journalist Dejan Anastasijević schrijft al jaren kritisch over de maffia in zijn land. In 2007 ontplofte er een bom onder het raam van zijn appartement. Daarop vluchtte hij met zijn vrouw en dochter naar Brussel, waar hij nu tijdelijk verblijft in het kader van ICORN (International Cities of Refuge Network).

 

Wat mediacontrole betreft, spant de Italiaanse premier Berlusconi de kroon. Hij controleert het grootste deel van het televisielandschap, bezit een eigen landelijke krant Il Giornale, beheert uitgeverijen en dekt zich bovendien constant in door de ene na de andere wet in het voordeel van zijn immuniteit door het parlement te jagen. Om nog maar te zwijgen van de vermeende banden die Il Cavaliere heeft met de maffia. Waar controle van de media toe kan leiden, hebben we de afgelopen maanden gezien: door onjuiste informatie te verspreiden, zijn sinds kort de roma kop van jut (zie daarvoor de actuele inleiding van Isabel Fonseca’s boek over de roma in Europa, Begraaf me rechtop). Zigeuners worden opgejaagd, burgerwachten schieten als paddenstoelen uit de grond. En dat is een gevolg van een bepaald klimaat dat bewust door Berlusconi’s media-imperium wordt gecreëerd.

 

België: commerciële en preventieve censuur

Natuurlijk zijn de vaak levensbedreigende omstandigheden voor schrijvers en journalisten elders op de planeet niet te vergelijken met beperkingen van vrijheid van meningsuiting in eigen land. Maar de woorden van Aleksej Simonov, voorzitter van de Stichting ter Verdediging van Glasnost, een gerenommeerde mediawaakhond in Rusland, indachtig – “eerst branden ze de huizen van de anderen plat, dan die van jou” –, is het goed ook eens in ’t eigen hert te kijken.

 

In de voor Gekooid uiterst bruikbare verzameling essays De militanten van de limiet. Over censuur en vrije meningsuiting komt naast vele andere voorbeelden onder meer het ondertussen genoegzaam gekende proces-Brusselmans aan bod. Recenter lieten vooral de christen-democraten van zich horen inzake censuur van bepaalde kunstuitingen. Die censuur was vooral preventief bedoeld, omdat men vreesde dat sommige mensen zich beledigd zouden voelen. Begin 2008 verbood Ludo Helsen, CD&V-gedeputeerde voor cultuur voor de Provincie Antwerpen, de tentoonstelling van de Fenominale Feminatheek van Louis Paul Boon. In april 2008 liet de CD&V-burgemeester van Borgloon Eric Awouters de tepels bedekken op Playboy-foto’s van een kunstcollage. In mei 2008 werd een opvoering in het CC Temse van het satirische stuk Mijn leven met Leterme van de Antwerpse nachtburgemeester Vitalski verboden door CD&V burgemeester Luc de Ryck. Niet veel later werd het stuk ook in Zemst preventief geschorst.

 

Ernstiger zijn de voorbeelden van censuur in onze media. Toen De Morgen nogal onverwachts midden vorig jaar een reeks zorgvuldig geselecteerde ontslagen doorvoerde, waarschuwde PEN-voorzitter Geert van Istendael voor commerciële censuur, die marktpositie boven inhoud en kwaliteit stelt: “PEN Vlaanderen protesteert met klem tegen het ontslag van de journalisten van De Morgen. PEN Vlaanderen vreest dat een onvervangbare tegenstem verdwijnt, een eigengereide, bokkige en daarom ook boeiende stem, die, natuurlijk samen met de andere stemmen van andere zijden, de Vlaamse openbare mening vorm gaf. Dat is niet alleen treurig, dat is vooral gevaarlijk. Zonder veelstemmigheid sterft de democratie af.” Het was dan ook veelzeggend dat noch De Morgen noch De Standaard dit opiniestuk wilden publiceren.

 

Twee jaar geleden werd een nummer van Humo uit de rekken genomen op bevel van de rechtbank. Commissaris-generaal Koekelberg en zijn secretaresse Sylvie Ricour stonden immers in een compromitterende fotomontage afgebeeld in de bekende, satirische Humo-rubriek ‘Het gat van de wereld’. De rechter besloot daarop, zonder een wederwoord van Humo af te wachten (!), het nummer te censureren. Humo kroop maar al te graag in die slachtofferrol door nadien het nummer opnieuw uit te brengen, ditmaal met op de cover in grote letters: “De verboden Humo”.

 

Toen de Pfaffs, wereldberoemd in Vlaanderen, in september 2009 vernamen dat het weekblad TV-Familie een artikel plande over hun vermeende belastingsfraude, dienden ze een klacht in wegens laster en eerroof. De rechter gaf hen gelijk en pleegde preventieve censuur door de publicatie van het artikel te verbieden zonder de inhoud ervan de kennen of de redactie van TV-Familie te horen. In januari van dit jaar herriep een andere rechter het vonnis en werd het artikel alsnog gepubliceerd.

 

Conclusies

Recente observaties zoals door Nick Davies (Gebakken lucht) en, in eigen land, door Geert Buelens, Jef Lambrecht en essayisten in Media en journalistiek in Vlaanderen kritisch doorgelicht hangen geen al te fraai beeld op van onze media en de sensationalisering en commercialisering ervan. De persvrijheid, de vrijheid van meningsuiting en meer bepaald de grenzen ervan zijn steeds vaker het voorwerp van discussie. Dat zijn allesbehalve makkelijke discussies. Concrete voorbeelden, internationaal en uit eigen land, kwamen spontaan in de klasdiscussies aan bod: de Deense cartoons, Ayaan Hirsi Ali, negationisme, het lopende proces tegen Geert Wilders, de haatcampagne via Facebook tegen Slimste Mens Linda De Win, de polemiek tussen Bekende Vlamingen en ‘de boekskes’ sinds Helmut Lotti duidelijk stelling nam, De Standaard-hoofdredacteur Peter Vandermeersch die het onlinedebat met zijn lezers wil “stimuleren en dus beperken” (DS, 27 januari 2010), lees: fatsoeneren, enzovoort.

 

Mustafa Kör: de dertiende in het gekooide dozijn?

Misschien moet PEN-WIPC Vlaanderen maar een dertiende auteur aan Gekooid toevoegen. De Anatolische Limburger Mustafa Kör is gehandicapt en ontvangt daarom van het Riziv een bescheiden uitkering. Maar als schrijver heeft hij ook enkele schnabbels. Dat mag niet van het Riziv. Ofwel kiest Kör straks voor zijn vaste uitkering en stopt hij met schrijven, ofwel kiest hij voor zijn stiel en daarmee ook voor de onzekerheid van het schrijversbestaan. De politiek wil vooralsnog niets aan deze patstelling doen. En dus zit de dichter gevangen tussen wil en wet.

(Sven Peeters)

 

Bibliografie

Buelens, Geert (red.), De militanten van de limiet. Over censuur en vrije meningsuiting. Van Halewyck, 2000.

Davies, Nick, Gebakken lucht. Lebowski, 2010.

Fonseca, Isabel, Begraaf me rechtop. Omzwervingen van de Roma in Europa. De Bezige Bij, 2009.

Sanctorum, Johan en Thevissen, Frank (red.), Media en journalistiek in Vlaanderen kritisch doorgelicht. Van Halewyck, 2009.

Sauviller, Raf, Berlusconi is een varken. Linkeroever Uitgevers, 2009.

Vitalski, Mijn leven met Leterme. Berghmans, 2008.

 

Reacties zijn gesloten.